De laatste vinylperserij | “Vinyl leeft, dat is een feit. maar wij sterven langzaam uit”

45 toeren draaien in lp-fabriek Discomatin Herk-de-Stad

 “Vinyl leeft, dat is een feit. Maar wij sterven langzaam uit.” Tom Willems (43) is er niet gerust in. Hij staat aan het hoofd van Discomat in Herk-de-Stad, de laatste vinylperserij van ons land en daarmee ook een van de weinige in Europa. “Onze machines zijn stokoud, zijn meer defect dan dat ze werken. En wisselstukken worden al lang niet meer gemaakt. Het is elke dag vechten om te kunnen persen met deze oldtimers.”

De revival van vinyl is al enkele jaren aan de gang. En ze blijft duren. Vorig jaar was het in ons land de enige fysieke muziekdrager die nog groeide in verkoop. Nog maar eens plus 26,4 procent, goed voor zo’n 6 procent van de totale markt. 

Kortom: vinyl is hip, trendy, funky, cool, hot,… Frisse termen genoeg om erop te plakken. En dan sta je voor de deur van Discomat in Herk-de-Stad. Een typisch ouderwets industrieparkbouwsel met amper zes wagens op de parking. Evenveel als er mensen werken. Wie naar binnen gaat, stapt ruim dertig jaar terug in de tijd. Elke teug lucht die je inademt, is er één vol verleden. Geen trendy designmeubilair in de kantoren, laat staan blitse spots. Wel vergane kleuren en een oud bureau. In een stoefkastje staan schijfjes die lang geleden de hitlijsten haalden. 

En dan ben je nog niet eens in de productieruimte. Back to the seventies. Puffende en sissende, groezelige machines. Schakeldozen en kabels aan de muur die doen denken aan opa’s oude garage. Hier en daar staat een bak onder een machine. Om druppels op te vangen die eigenlijk niet zouden mogen druppelen. 

3, 2, 1

“We zijn de MacGyvers van de muziekindustrie”, zegt Tom Willems, CEO van Discomat. Zijn blik rust op een vastgemaakt kartonnetje dat de mechanica probeert te beschermen tegen stoom. “Het is hier elke dag het licht aansteken en hopen dat de boel draait. Als dat niet het geval is, lappen we het wel op. Op onze manier. Wisselstukken bestellen? Zo goed als onmogelijk. Die industrie bestaat niet meer. Wij wel, ja. Maar vraag me niet hoelang nog. De rest heeft het alvast opgegeven.”

“De rest” zijn de twee Belgische concurrenten die Discomat in de jaren 80 had, tijdens de hoogdagen van het vinyl. Vader André Willems (69), die de zaak in 1972 oprichtte, zag zijn persen dag en nacht draaien. “Dat waren de tijden”, zegt Tom. “Van Pump up the Jam van Technotronic werden tienduizenden stuks geperst. Hetzelfde met de Confetti’s. En al die Vlaamse zangers die de jaren daarvoor hun hitjes op ­single uitbrachten.” 

Maar op zo’n hoogdag in de jaren 80 kwam plots ook zoiets als de cd uit. De ommekeer. “In plaats van dag en nacht persen ging het hier naar acht uren per dag. Er verdween personeel. De collega’s stopten.” Tom telt af. “Van drie, naar twee, naar één: wij.”

Oud product, oude prijs

“Niet dat vinyl ooit helemaal dood was. Er werd altijd wel wat dance uitgebracht, maar het was minder. En toen kwam de revival. Elk jaar stijgt de vraag nog.” Vinyl is opnieuw alive and kicking, maar de sector staat intussen wel met één voet in het graf. Volgens Willems zijn er nog een tiental perserijen in Europa en vooral de kleine zoals de zijne hebben het moeilijk. “We moeten er vroeg of laat uit. Om te investeren is er simpelweg geen geld meer. Banken lachen ons uit als we geld vragen voor een nieuwe pers. 200.000 euro? Voor een pers om lp’s te maken? Haha. Volgende! Tja. Enkel de grote zullen overblijven. De giganten in Duitsland, Tsjechië en Frankrijk, waar wel duizend man werkt. Maar die maken ook nog andere dingen, zoals zonnepanelen, én ze krijgen subsidies. Zonder zou het hen ook niet lukken. Het beste bewijs daarvan is dat de Chinezen zich niet moeien in onze branche. Als die niet op de kar springen, dan weet je dat er maar weinig mee te verdienen valt. De reden? Het is een oud product, maar er wordt ook nog steeds een oude prijs voor gevraagd: 15 à 20 euro. Tien of twintig jaar geleden was dat net zoveel. Maar de wereld is intussen wel duurder geworden. Personeel, stookolie, elektriciteit: allemaal de hoogte in. Wat we er nog voor krijgen, is dus veel te laag om nog rendabel te zijn.”

FOTO: DIRK VERTOMMEN

“Zeker omdat de oplages met de jaren ook kleiner werden. Driehonderd stuks maken we hier nog gemiddeld van één plaat. Peanuts. Vroeger waren het er nog duizend per keer. Veel moet je niet kennen van economie om te beseffen dat hoe kleiner je oplage is, hoe minder centen je overhoudt. We zijn precies melkboeren geworden: werken om te overleven.”

Ertebrekers

De absolute kleppers binnen de muziekwereld brengen wel nog grotere oplages uit, maar zij zitten bij de giganten. Die kan Discomat niet binnenhalen, dus rollen er kleinere groepen van de persen. “Veel kleinkunst, heavy metal, verzamelaars van Edith Piaf of zo. Maar ook buitenlands werk voor pakweg de Zuid-Amerikaanse markt. En binnenlandse groepen zoals Buscemi of Ertebrekers. Die kloppen hier wél aan. The Stones of Coldplay niet. Voor dat kaliber is onze capaciteit te klein. Zelfs als alles werkt, kunnen we met onze zes persen dagelijks nog geen zesduizend stuks maken. Willen we dus een platenmaatschappij als Universal binnenhalen, dan moeten we alle andere klanten buiten gooien. Maar wat als Universal dan morgen een beter bod krijgt van mijn concurrent? Direct boeken toe. Laat maar. Liever zo lang mogelijk in leven blijven met die kleinere klanten.” 

Hij vertelt het gelaten, maar toch ook met een zekere drive. Tussen alle miserie door wordt er nog gelachen op de werkvloer. Willems stapt de inpak­ruimte binnen. Een vrouw controleert er manueel alle nieuwe platen en stopt ze daarna in een hoes. Hij pakt er een vast, draait die rond tussen zijn wijs­vingers. “Veel mooier toch dan een cd? En met dat digitale gedoe hou je al helemaal niets meer over om in de kast te zetten. Mensen beseffen het te weinig, maar vinyl is ambacht. Kleur en diepgang in de muziek. Een mooie hoes. Iets luxueus om eens in je handen te nemen. Ook nostalgie. En dat allemaal op 45 toeren.”

33 of 45 toeren?

“Hoe sneller een plaat draait, hoe minder muziek erop kan staan”, zegt Tom Willems van Discomat. “Wat eigenlijk logisch is, want je naald gaat sneller door de beschikbare ruimte. Omdat er vaak veel liedjes op lp’s moeten komen, kiezen ze dus meestal voor 33 toeren. Bij een single is er maar één liedje per kant, zodat je genoeg ruimte hebt en je voor 45 toeren kan kiezen. Er bestaan ook wel platen met het formaat van een lp die op 45 toeren draaien. Maar dan moet je onder de elf minuten aan muziek blijven, anders krijg je het er niet op. Maar eigenlijk is dat puur qua geluid de beste zaak. Hoe sneller je plaat draait, hoe minder contactgeluid en ruis er is.”

Hoe wordt vinyl gemaakt?

1. De vinylperserij krijgt digitale muziek aangeleverd. Die gaat naar een plaatsnijderij waar ze de muziek op een lakplaat zetten door er groeven in te snijden. Zo krijg je de moederkopij van de lp of single.

2; Van die aluminiumplaat worden in de vinylperserij matrijzen gemaakt. Eén van de voor- en één van de achterkant van de plaat. Zo’n matrijs is als het ware een stempel.

3. De matrijzen worden in de plaatpers geplaatst. Daarin komt een ‘cake’ van 150 gram aan pvc, waarin bij temperaturen van 160 graden de matrijzen geduwd worden met een druk van 200 ton. 

4. De plaat komt eruit en de randjes worden nog bijgesneden zodat ze mooi rond is. In acht uur kunnen er zo duizend platen gemaakt worden. 

5. Nadat de eerste plaat geperst is, wordt ze zo goed als volledig beluisterd op een gewone platenspeler om te zien of ze goed klinkt. Als dat niet het geval is, moet de machine wat bijgesteld worden.

0 reacties

Schrijf je in op de nieuwsbrief

Ontvang al onze nieuwe promoties en kortingen rechtstreeks in je mailbox

Je bent ingeschreven!

Share This