Jimmie, vijfde Beatle, waar ben je?

In het boek De Vijfde Beatles portretteren de ¬Volkskrant-journalisten Paul Onkenhout en John Schoorl 64 mensen die onlosmakelijk zijn verbonden met de Fab Four. Maar wie is de ultieme Vijfde Beatle? Voor Schoorl kon dat slechts drummer Jimmie Nicol zijn, van wie nog altijd elk spoor ontbreekt.

Op donderdag 5 juni 1964 had er voor het eerst een Vijfde Beatle in mijn leven moeten komen, drummer Jimmie Nicol. Hij deed als vervanger van Ringo Starr met The Beatles mijn woonplaats Hillegom in Zuid-Holland aan, voor een geplaybackt optreden in zaal Treslong, die dienstdeed als tv-studio.

Maar ik was twee jaar oud, woonde 1.154 meter van Treslong vandaan en niemand thuis had bedacht mij in de kinderwagen te zetten, voor het aanschouwen van de belangrijkste muziekband van de geschiedenis. Dus heb ik Jimmie Nicol niet gezien, net als Paul McCartney, John Lennon en George Harrison.

Mijn moeder vertelde me ooit dat mijn eerste woorden ‘klootzaak, ouwehoer’ waren. Zij schreef mijn negatieve opwinding in de kinderwagen toe aan de val van een zuurstok, na bezoek aan de kermis van Hillegom. Ik denk dat het opgespaarde verontwaardiging is, over het mislopen van The Beatles (inclusief Jimmie Nicol) en dat een sessie EMDR, Eye Movement Desensitization and Reprocessing, onherroepelijk boven water zal brengen hoe schokkend deze jeugdervaring voor me moet zijn geweest.

Ik wilde Jimmie Nicol heel graag zien, in later jaren. Ik was hem misgelopen als peuter, en op een dag moest het goed komen. Dan zou ik hem ontmoeten in Londen, in een pub waar hij altijd kwam, waar hij soms een sterk verhaal vertelde over die tien dagen dat hij een Beatle was geweest, waarbij de rest van de clientèle het niet meer hield van het lachen – die Jimmie toch.

Maar ik ontmoette hem niet, omdat hij zich verborgen hield – of houdt, als hij nog leeft.

Jimmie, in hemelsnaam, waar ben je?

Geen ooggetuigen

Ik ben naar Jimmie Nicol op zoek, nog steeds, en telkens veer ik op als Google Alert ‘iets’ over Jimmie Nicol meldt – in alle gevallen wordt hij opgevoerd als het archetype van de vervanger van een groot voetballer/muzikant/ondernemer met wie het treurig afloopt na een plotseling succes. Of is het een verwijzing naar de mogelijke verfilming van zijn leven, gebaseerd op het boek van Jim Berkenstadt, de Australische ‘rock-’n-rolldetective’, The Beatle Who Vanished.

Ook Berkenstadt, die toch een heel dik boek over Jimmie schreef, kwam daarin niet veel verder dan dat hij in Panama werd gezien, of in Mexico, of elders in Verweggistan. Vage, niet te verifiëren berichten waar een mens niks aan heeft. Ik mailde hem laatst nog, Berkenstadt, om toch up-to-date te blijven. En weer kwam hij met geruchten dat Jimmie ergens was opgedoken, om de correspondentie af te sluiten met het sombere ‘maar weer geen ooggetuigen’. Hij vond het wel leuk om te lezen dat hij niet de enige is die zich afvraagt waar Jimmie Nicol uithangt.

 Jimmie Nicol (tweede van links) verving tijdens de tournee in 1964 drummer Ringo Starr, die aan zijn amandelen werd geopereerd.Beeld Getty Images

Ik heb een boek gemaakt samen met Paul Onkenhout: De Vijfde Beatles, verschenen bij uitgeverij Nieuw Amsterdam, een vervolg op een serie in de Volkskrant. In dit boek worden 64 Vijfde Beatles in het zonnetje gezet, van Johan Cruijff en Pete Best (The Beatles-drummer van 1959 tot 1962) tot George Martin en Bob Dylan. En natuurlijk: Jimmie Nicol. Paul Onkenhout vindt de Noord-Ierse voetballer en levensgenieter ¬George Best de ultieme Vijfde Beatle, althans dat vond hij heel lang, en daarover discussiëren wij al geruime tijd. Want ik vind dat Jimmie Nicol de Vijfde Beatle is, dat kan niet anders.

Na het schrijven van het boek weten we beiden dat enige nuance in onze stelligheid wel gepast is; er zijn meer Vijfde Beatles, betere, en we hebben de definitie opgerekt tot een wereldwijd cultureel, politiek en maatschappelijk fenomeen.

Dat wil niet zeggen dat ik Jimmie vergeten zal, Jimmie Nicol. Het gaat toch om de man die de vierde Beatle was in Nederland, die tijdens de rondvaart door de Amsterdamse grachten de wereld toelachte, en die een Vijfde Beatle werd. Als verdwenen Beatle, of vermiste Beatle, zal Jimmie Nicol een dagtaak hebben om onzichtbaar te blijven. Elke dag schiet het wellicht door zijn hoofd, als hij ergens in de wereld naar de supermarkt gaat: ik zal vandaag toch niet worden gevonden? Dan begint de ellende weer van voren af aan.

Twaalf dagen was hij Beatlesdrummer geweest, gerekend vanaf het moment dat hij thuis werd gebeld met de vraag of hij wilde invallen voor de zieke Ringo. Hierna volgden optredens in Denemarken, Nederland, Hongkong en Australië. Was hij eerst een goeie, maar onbekende 24-jarige sessiedrummer met een vrouw en een zoon thuis in Engeland, had hij opeens een sleutelrol in de eerste wereldtour van de populairste band van de aarde. Het geluid van hysterische meisjes, bevangen door Beatlemania, kon nooit meer zijn hoofd verlaten.

Privédetective

En toen het gedaan was, zat hij alleen op het vliegveld van Melbourne, op 15 juni 1964, wachtend op het vliegtuig naar Londen. In zijn binnenzak zaten een cheque van 500 pond en een gouden horloge, hem overhandigd door de manager van The Beatles, Brian Epstein, – die ook als Vijfde Beatle in het boek De Vijfde Beatles voorkomt.

Zijn terugkeer in Engeland in 1964 was niet wat hij ervan verwachtte. Binnen een jaar ging hij failliet en was hij gescheiden; het eigen geld dat hij in nieuwe bands had gestopt, was op. Hij speelde daarna met de Zweedse Spotnicks, gevolgd door een mysterieus verblijf in Mexico, waar hij twee keer trouwde en scheidde.

Het gouden horloge met inscriptie, gehad van The Beatles en Brian Epstein, had hij tegen de muur gegooid in Mexico.

In 1984 kwam hij nog een keer naar Hillegom, op uitnodiging van de Nederlandse fanclub. Waar ik was, weet ik niet, maar ook deze potentiële ontmoeting ontglipte me. Volgens de overlevering wierp hij zich in Treslong for old times’ sake op de drums. Hij speelde ‘I Saw Her Standing There’ met The Clarks, en zag er vreemd uit, met een grote snor een pijp. Over die twaalf dagen als Beatle had hij weinig vrolijks te vertellen, het leek wel alsof hij er een rare zenuwtic aan over had gehouden. Hij werkte in de bouw.

Drummer Jimmie Nicol met een van de bandjes waar hij bij speelde.

Tien jaar later bazuinde zijn zoon Howie rond dat zijn vader was overleden. Een graf werd nooit gevonden. Was het zelfmoord? Was hij opgelost in de jungle? Maar in 2004 was er een Jimmie-seeing, net als in 2005, door Paul Harris, sterreporter van The Daily Mail. Harris liet me weten hem dagenlang gevolgd te hebben, van zijn flatje boven een winkel naar het bouwbedrijf waar hij werkte. Hij beschreef hem in de krant als verwilderd, en onbenaderbaar. Jimmie deed de deur niet open.

Ik vroeg nadien Jamie, een Engelse vriend van mij, langs te gaan in Londen bij wat mogelijk zijn laatste bekende woonplaats moet zijn geweest. Het adres had ik van Harris. Hij liet na zijn speurtocht weten dat Jimmie daar nog was gezien, achttien maanden eerder. Een buurman wist dat hij naar Maleisië was afgereisd, maar een ander, die hem wat beter kende, zei dat hij samen met zijn vriendin naar Centraal-Amerika was vertrokken, aangezien zijn vaste verkering in Panama was geboren. Er zou nog steeds post voor hem komen, maar niemand wist waar naartoe de rekeningen en brieven moesten worden doorgestuurd.

Advies van Jamie: huur de allerbeste goeie privédetective in, misschien levert dat wat op.

Dat was in 2013.

Geen excuses

Niet veel later dat jaar stond ik oog in oog met Howie Nicol, in veilinghal Op Hoop van Zegen in Blokker, waar The Beatles, inclusief Jimmie, twee keer hadden opgetreden in 1964. De 54-jarige zoon had zijn vader toen ook al twaalf jaar niet gezien, maar probeerde hem wel zo nu en dan telefonisch te spreken. Waar Jimmie was, liet Howie in het midden. Hij was in Noord-Holland omdat zijn vader daar nu definitief werd vereeuwigd, als één van de vier Beatles. Hij had de hoekige trekken van zijn vader, en verontschuldigde zich allesbehalve voor de boodschap die hij in 1994 de wereld in had geslingerd, op advies van zijn vader: zeg maar dat ik dood ben.

Want waarom moest zijn vader zijn hele leven dezelfde vraag beantwoorden: hoe was het om tien dagen een Beatle te zijn? Hij was er klaar mee, zijn vader was niet verdwenen, of vermist, hij leefde zijn leven, en wilde met rust worden gelaten. Dat was het verhaal, dat was het niet-bestaande mysterie van Jimmie Nicol.

Op 3 augustus 2020 werd Jimmie Nicol 81 jaar oud. Waar hij zijn verjaardag heeft gevierd, viel niet te achterhalen.

Toen Paul McCartney hem in zijn Beatles-dagen vroeg ‘Hé Jimmie, hoe gaat het?’, stak hij zijn duim op, en zei: ‘It’s getting better’. Met Jimmie in zijn hoofd schreef Macca het nummer ‘Getting Better’ dat in 1967 op Sgt. Pepperverscheen.

Of Jimmie Nicol zich nog steeds beter voelt, gaat niemand meer ene moer aan.

Paul Onkenhout en John Schoorl, De Vijfde Beatle, Nieuw Amsterdam, 156 p., 17,50 euro.

Copyright De Morgen I 28 november 2020

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Schrijf je in op de nieuwsbrief

Ontvang al onze nieuwe promoties en kortingen rechtstreeks in je mailbox

Je bent ingeschreven!

Share This